1
Topics bewaard uit nieuws / Re: Open Monumentendag 2026. - Zijn deze er nog eigenlijk? - Tholen
« Laatste bericht door webmaster Gepost op augustus 29, 2026, 04:30:58 pm »Tolen.
Schakerloo.
Op het oude kerkhof vindt men twee zerken met inscripties (1616/63 en 1657/1661)
uit Reimerswaal. Een wapenbord (1549) (cat. No. 297) en diverse voorwerpen (cat.
No. 151), bevinden zich in de verzameling van het Zeeuwsch Genootschap te Middelburg.
Stad Tolen.
c. Pompen, enz.
Markt. Hardsteenen pomp (XVIII c) door N. Muts te Middelburg.
Botermarkt, tegen perceel No. 2. Hardsteenen pomp (XVIII c).
Toevoegsels: TOLEN. Blz. 234, 3e r.v.b. Bij te voegen: Deze pomp is in 1922 afgebroken.
d. Openbare gebouwen.
1. RAADHUIS (? 1460), gebouwd na den brand van 1452, gewijzigd in 1758.
Bergsteenen gevel van drie verdiepingen boven een kelder met baksteenen tongewelf.
De grondverdieping bevat eene deurnis met deur en bovenvenster tusschen twee
geprofileerde vensternissen met steenen kruisvensters en halfronde boogvelden,
waarin driepasvulling, de eerste en tweede verdieping vertoonen kruiskozijnen
gesloten door vlakke ontlastingbogen. De verdiepingen zijn gescheiden door
waterlijsten met koolbladversiering, onderbroken door de draagsteenen van de in de
dammen geplaatste beeldnissen. Deze nissen zijn voorzien van baldakijns voor de
beelden en fragmenten van pinakels en zijn op de tweede verdieping gesloten door
een halven rondboog met driepasvulling. De draagsteenen zijn versierd met
schildhoudende figuren.
De gevel is bekroond door een weergang met drie vaandragende en schildhoudende
leeuwen; in de vierde opening is later een luiklokje geplaatst. Zeskante open toren
met spitsbogen en steenen opengewerkte balustrade, waaronder draagsteentjes met
bladornament op de hoeken. Zeskante spits met windwijzer en ijzeren bekroning.
Carillon van vijftien kleine en drie groote klokken. in 1627 gegoten door Michael
Burgerhuys. Luiklokje (1458). Speeltrommel (XVI A).
V??r het raadhuis is in 1758 een hardsteenen bordes aangebracht met twee vazen,
twee ballen en vier witmarmeren wapenschildjes (door Nic. Muts te Middelburg).
Inwendig. Hal met moerbinten. Voorgedeelte met drie steenen kruisgewelven, waarin
twee rozetten eneene lelie als sluitstukken. De ribben rusten op zes draagsteenen met
bladornament en op twee kolommen met kapiteelen met bladornament en rond
basement. Vensternissen met steenen zitplaatsen en luiken met ijzeren beslag.
Verdiepingen met steenen zitplaatsen en eenvoudige sleutelstukken. Gevangenhok
op de eerste verdieping.
Achtergevel van baksteen met zandsteenen hoekblokken (bovengedeelte later
gewijzigd) met twee later ingebroken spitsboogvensters op den beganen grond en
kruiskozijn met vlakken ontlastingsboog op de eerste verdieping, waarboven een
zoldervenster.
In het stadhuis worden bewaard:
In de hal: een hekje (? 1700).
Twee lijstjes (midden-XVIII).
Een beulszwaard (XVI B) met knop, door Johannes Wundes uit Solingen.
Roede van justitie.
Bode?nsigne (midden-XVIII).
Geslepen bokaal (duitsch XVIII c).
Schilderij (1618): Salomons eerste gericht.
IJzeren kist (XVII).
Met ijzer beslagen groote kist op wielen (? 1500?).
Trommen en geweren (XIX A).
Vaandel (XVIII d).
Kaarten van de stad Tolen (1595) door F.M. en (1759) door J.A. Fransz.
Schoorsteenconsole met 2 koppen (XVI a), fragment.
Sluitsteen, kop (XVII a).
Eenige teekeningen in portefeuille (XVIII d).
Aquarel (1798): wapenschouwing der burgerwacht door Dane.
Bord met krulletters (XVII), opschrift betreffende het gymnasium.
Een schilderij (1495): Laatste oordeel, bevindt zich thans in het Rijksmuseum te
Amsterdam.
2. In het bij het raadhuis aangetrokken huis (ws. vroeger weeshuis), thans
kantongerecht, zijn balksleutels met leeuwen en roosjes (XV d).
3. Van de in 1562 gebouwde, thans verdwenen WAAG ligt een steen met Latijnsch
opschrift thans omgekeerd als afsluiting van een riool.
4. Bewaarschool, Markt (1838). Stichtingssteen.
e. Kerkelijke gebouwen.
1. De NED. HERV. KERK (O.L. Vrouwe), gesticht XIII d en tot kapittelkerk verheven
4 Oct. 1404, eerst onder het bisdom Luik, daarna onder dat van Middelburg, is eene
kruiskerk, bestaande uit een schip met zijbeuken (? 1400), transept (XV a) en koor
met noordbeuk (XV a), zuidkoor (XV b), een niet voltooiden, of (XVI d) weder
afgebroken omgang en een westtoren (? 1450, verhoogd XVI A).
Schip van vijf travee?n, van de zijbeuken gescheiden door spitsbogen op kolommen
van metselsteen met zandsteenen banden, kapiteelen met dubbelen bladrand en
achtkante basementen. Onder de hooge spitsboogvensters van het schip, met steenen
traceering (? 1450), zijn spaarnissen aangebracht met boogfries. Een lijst met
bladversiering loopt boven de scheibogen.
Het schip wordt gedekt door steenen netgewelven, rustende op kolonetten. De
zijbeuken zijn overdekt door steenen kruisgewelven, rustende op de kolommen van
het schip en op iets lagere muurkolommen.
Ingangen door den toren en in de tweede travee van het schip, aan de zuidzijde
met vlakken boog en aan de noordzijde met een portaal (XVI A), hetwelk een waterput
bevat. Dit portaal, bekleed met witte steen, heeft een spitsboogvenster aan de
noordzijde met steenen traceering en drie fraaie ankers, een eenvou
digen ingang met gedrukten boog aan de oostzijde en een versierden ingang met
geprofileerden boog met fragmenten van beeldwerk en rustende op twee draagkopjes.
Inwendig aanzetten van een kruisribgewelf, benevens twee bladkapiteeltjes.
Aan de zuidzijde der kerk is tegen den dwarsbeuk een vertrek aangebouwd (XVI
a) met verhoogden vloer (librye). Hierin zijn twee spitsboogvensters en eenig
schotwerk (XVII).
De dwarsbeuk heeft aan elke zijde een groot dubbel spitsboogvenster met
lelietraceering (? 1450), twee blinde vensters in elk der zijmuren, spaarnissen als in
het schip, doch lager dan deze, en een doorloopende lijst. De beuk is overdekt door
een steenen netgewelf (in den zuidarm vervangen door een modern stucgewelf),
rustende op muurkolommen met bladkapiteel, waarvan de kolom aan den
zuidwestmuur een sprong vertoont, welke op twee bouwperioden wijst.
Het gewelf der kruising rust op vier vierledige kolommen, waarvan de twee
oostelijke aan den voet verbreed zijn voor het plaatsen van een altaar.
Het middenkoor is breeder dan het middenschip, waardoor de scheibogen van de
kruising niet evenwijdig aan de lengteas staan.
In den ZW. hoek bevindt zich een kolonnet met draagsteen (engel met banderol)
en in den N.O. hoek een steenen poortje (1638), toegang gevende tot de
consistoriekamer (vroegersacristie).
Het koor is drie travee?n lang met 5/8 sluiting, gevormd door tusschen de
kolommen geplaatste muren, aangezien de omgang niet is voltooid.
Het hoofdkoor is aan de zuidzijde van het zijkoor gescheiden door spitsbogen op
kolommen als in het schip. In de sluiting zijn drie kolommen van natuursteen. Het
is slechts tot boven de bogen opgetrokken en overdekt door een niet op de kolommen
passend, wellicht van elders overgebracht houten tongewelf (XVI) met trekbalken.
De noordelijke zijbeuk is overdekt door kruisgewelven met culots (? 1525) en is bij
het begin van de sluiting van het koor recht afgesloten. In den sluitingsmuur een
gedichte kleine deuropening.
Het zijkoor (XV b) heeft een driezijdige sluiting, waarvan de noordzijde slechts
in aanleg en door een recht muurvlak verbonden met het koorschip. De aanzetten
van kruisgewelven bewijzen, dat oorspronkelijk ook aan deze zijde een omgang was
ontworpen.
Het hooge zijkoor heeft aan de zuidzijde drie hooge spitsboogvensters en is
overdekt door een houten tongewelf met steekkappen in de sluiting en geprofileerde
ribben.
Aan de noordzijde is eene sacristie, thans consistoriekamer, aangebouwd
(midden-XV) met kruisvensters. Een met pannendak gedekt bovenvertrek (librye)
is uit het koor toegankelijk.
Uitwendig zijn schip en dwarsbeuk met natuursteen bekleed, behalve een gedeelte
van den ondermuur van de westsluiting van den zuidbeuk en de tweede verdieping
van den aanbouw (librye), welke van baksteen zijn opgetrokken met zandsteenen
banden.
Het zuidelijke zijkoor is evenzoo van baksteen.
De hooge schipmuren worden gesteund door slanke natuursteenen luchtbogen,
rustende op de opgetrokken beeren van de zijbeuken. In deze verhoogde beeren zijn
indiepingen met driepasvulling en op de bogen overblijfsels van hogels. Sporen van
pinakels op de aanzetten. Van de transeptgevels bevat de zuidelijke een versierde
poort (midden-XV) met korfboog, waarboven een geprofileerde spitsboog; het
boogveld is in drie vakken verdeeld, waarin traceeringen en lijst met bladornament.
In de zwikken is een boogfries en op den spitsboog zijn hogels. Het geheel is besloten
tusschen twee stijlen, elk met twee beeldnissen met draagsteen en baldakijn. Aan
den west hoek is een achtkante traptoren gebouwd en aan den oost hoek een beer
met drie geledingen.
De noordelijke transeptgevel is onversierd en zonder ingang. Op de hoeken zijn
overhoeksche beeren geplaatst. Fragmenten van pinakels en top-kruisbloem.
Boven
den dwarsbeuk een dakruiter.
De niet uitgevoerde omgang in de koorsluiting vertoont de kolommen met aanzetten
voor de kruisgewelven.
De toren (? 1450) is opgetrokken van baksteen met aanleg voor bekleeding in
witte steen langs het groote westvenster, en is drie geledingen hoog met beeren op
de hoeken over de geheele hoogte, en zandsteenen hoekblokken over de eerste en
derde geleding. De eerste geleding heeft aan de westzijde een hoogen geprofileereen
spitsboog, waarin de ingang met zandsteenen korfboog en waarboven eene gedicht
spitsboogvenster. De tweede geleding heeft twee smalle blinde vensters met vlakken
spitsboog. De latere derde geleding heeft eene open balustrade aan den voet en hooge
galmgaten met vlakke spitsbogen. Lichtgleuven in de verschillende geledingen. De
top is gewijzigd en thans afgedekt door een vierkante lage spits. Kruisgewelf met
afgeschuinde ribben, steenen wenteltrap. Vernieuwde dakruiter op de kruising. De
kerk bezit:
Aanzetten van altaren tegen de oostelijke kruisingspijlers (XV a).
Preekstoel (1648) op gothischen steenen voet (van een doopvont), koperen lezenaar
(XVIII b).
Doophek (midden-XVII eenvoudig) met koperen voorlezerslezenaar op houten
voet (XVIII b).
Bank (XVII b) in de transept-afsluiting tegen een schot (1755), beschilderd met
tekst.
Grafmonumenten: a. Voetplaat van het monument van Guy, basterd van Bloys
(1421) en Clara van Botland (1435) met opschrift langs den opstaanden rand.
b. Plaat van het monument van Guy van Bloys Anthoniszoon (1527) en Dingne
van Assemansbruck (1516). Opschrift langs den opstaanden rand. Op de zerk twee
figuren, in hoog reli?f, de man
rustende op een leeuw en de vrouw op een hazewind, de man met Jerusalemsveer in
de hand, beiden onder een baldakijn met lofwerk, waarin het familiewapen. Onder
de figuren een renaissancelijstje en terzijde een rand met twee maal vier kwartieren,
bekroond door een geschonden beeldje.
c. Onversierde tombe voor J. van Vrijberghe (1678) met steenen, voorzien van
opschriften betreffende zijne en latere begravingen (1688).
Gothische zerken met evangelisten in de hoeken (afbeeldingen bij den Heer
Hollestelle en in de ?Zelandia Illustrata?) 1469 groote zerk met gegraveerd beeld met
kelk van den vierden deken Cornelis Yoms; 1483 zerk voor Heynrick Machielssone
met randschrift in cirkel, waarin een kelk. De ingelaten koperen plaat is verdwenen;
1469 zerk met gegraveerd beeld van den kanunnik Johannes Witto; 1508 zerk met
kelk en 4 evangelisten; 1531 zerk met gegraveerd beeld van Mr. Jasper Quirijnse,
geneesheer; 1533 zerk met twee vrouwenfiguren onder baldakijns en met twee
wapens, 1538 zerk met gegraveerd beeld van Ariaen Henrixsdochter van Beveren;
1542 zerk met staande mans en vrouwenfiguren van C.J. Smijtgheld en vrouw onder
baldakijn; 1551 zerk gebeeldhouwd met engel met wapen van J. Cz. Zutwint, onder
een toog op zuilen, hierboven vrouwelijk wapenschild gehouden door twee engelen
(Zutwint en M. van Stapelen); zerkje met priesterkelk (XVI A).
Zerken: XV d, 1505, 1501, 1511, 1515, 1516, 1522, 1524, 1533, 1538 (kanunnik),
1539 (vrouw), 1541 (kapelaan), 1543 (kelken), 1546, 1551, 1557, 15 (5) 3
(doornenkrans), 1560 (kanunnik), 1569 (wapen) en vier met uitgesleten of bedekt
jaartal (XVI A).
Zerk 1551 met renaissance-versiering, wapen en twee engeltjes, in de hoeken
evangelisten.
Zerk van Jhr. P. van Berchem (1606) en echtgenoote Elisabet van Resen (1600)
met twee wapens, acht kwartieren en beeldwerk.
Zerkje met huismerk (1638), zerkje met emblemen van het metselaarsgilde (1641);
Zerken met wapens (deels afgehakt): 1502, 1511, 1515, 1518, 1523, 1538, 1543,
1545, 1556, 1557, 1583, 1596, 1606, 1617, 1625, 1628, 1633 met lofwerk, geheel
gelijk aan eene zerk van 1657, 1634 (met laat-gothische roosjes), 1638, 1647, 1650,
1652 (2), 1653/1678 met opschrift in gothische letters, 1654, 1656 (2), 1657, 1659,
1660, 1663, 1669 (5), 1674, 1678, XVII c (6), 1681 en 1686.
Volgens aanteekening in de werken van het Zeeuwsch Genootschap liggen in de
kerk nog (thans bedekt) zerken van 1508 met mansbeeld, 1518 met wapen, 1528 met
kelk, 1533, 1539 met vrouwebeeld, 1540 met kelk, 1541 met kelk, 1543 met twee
kelken, 1557 met twee geweren, wereldbol en kruis en 1557 met twee vrouwebeelden
onder een baldakijn.
Beelden: fragment van Golgotha (?) in den sluitingsmuur van het bijkoor (? 1500).
Muurschildering: cartouche met spreuk (1581) op den zuidmuur van den
transeptarm (gerestaureerd 1741 en 1828) en spoor van muurschildering (?) op den
oostmuur van den zuid transeptarm en tegen de kolommen. De kronen zijn verkocht
aan de Sint Catharinakerk te Brussel.
Psalmborden (XVIII B) aan den preekstoel.
Credobord (1581, gerestaureerd 1741).
Vier gegraveerde bekers (1752). Keur: Middelburg.
Twee kannen met gegraveerd opschrift (1782). Keur: Middelburg.
Broodschotel met opgelegden rand (1781). Keur: Middelburg.
Twee groote schotels met uitgeschulpten rand (1744). Keur: Middelburg.
Twee collecteschalen met gevlochten rand (1782). Keur: Middelburg.
Doopbekken met gegraveerd opschrift (1785). Keur: Middelburg.
Drie klokken, in 1761 gegoten door Alexis en Petrus Petit.
In den dakruiter kleine klok, in 1726 gegoten door Greve. Het carillon is
overgebracht naar het Raadhuis.
2. De R.K. KERK (modern) bezit: koperen godslamp (XVII d).
In de pastorie: houten kruisbeeld (XVII A) en
Schilderij: Maria met kind en engel, richting de Wit (XVIII a).
3. Van eene KAPEL (XV b) in de Kerkstraat, oorspronkelijk drie travee?n breed, zijn
in de perceelen No. 9 en 11 nog de gothische spitsboogvensters in den gevel zichtbaar
en in den oostgevel een dichtgemetseld rond venster. In den achtergevel ziet men
een fragment van eene lisene en achter No. 11 van een rondboogfries. Op zolder is
nog de oude kap met draagsteenen behouden. De derde travee bevond zich in het
perceel Kerkstraat No. 13.
f. Gestichten.
Een poortje van het gasthuis (vroeger naast het Raadhuis) staat thans naast de Societeit
Sint Joris aan de Balans te Middelburg.
g. Particuliere gebouwen.
A. Laat-gothisch.
1. Dalemstraat 21. Tuitgevel (XVI a) met banden van bergsteen tusschen vier rijen
baksteen en onderpui van bergsteen. Waterlijst met ornament en kozijnen met flauwe
ontlastingsbogen. Steenen trap, balkneuten, een anker en een kruiskozijn. Aan de
zolderkap achter zijn nog geprofileerde ribben bewaard.
B. Renaissance.
1. Dalemstraat 20. Trapgevel (1613) met toppilaster en
waterlijst. Ontlastingsboog op draagsteentjes boven de ramen en zolderraam met
halfronden boog op draagsteentjes. Vijf ankers en steen met jaartal.
2. Brugstraat 4. Fragment (1616) met twee waterlijsten, togen alsvoren, jaartal in
de ankers.
3. Kerkstraat 19. Dubbele gevel (1619); rechts trapgevel met togen op
draagsteentjes; links eerste verdieping alsvoren, een anker en steen met jaartal op
cartouche.
4. Kerkstraat 21. Fragment (1619), eerste verdieping met togen met metselmoza?ek.
Ingemetseld steentje met jaartal en twee zeemeerminnen in een geprofileerd vierkant
nisje.
5. Markt 3. Vlakke tuitgevel (1620) met een sieranker en jaartal in de ankers
(gecement).
6. Stoofstraat 3 en 5. Dubbele trapgevel (1622) met toppilaster op draagkopje,
geprofileerde dekstukken, grondverdieping met Tudorbogen en eerste verdieping
met korfboog op draagsteenen. Zes ankers en jaartal in de ankers.
7. Vischstraat 30. Breede trapgevel (XVII a) over twee verdiepingen met toppilaster,
waarboven ijzeren topbekroning, twee geprofileerde waterlijsten, ontlastingsbogen
met metselmoza?ek op draagsteentjes op de eerste- en toog met straalsgewijs
gemetselde steentjes op de tweede verdieping. Oeil de boeuf. Tien goede ankers.
Onderpui gemoderniseerd.
8. Kerkstraat 6. Trapgevel (XVII a) met geprofileerde dekstukken, togen op
draagsteentjes en vier ankers.
9. Kerkstraat 4. Gevelfragment (XVII a) met vier ankers.
10. Kerkstraat 2. Gevelfragment (XVII a) met twee geprofileerde waterlijsten,
togen op kopjes en toog op draagsteentjes. Vier ankers. Aanbouw met togen op
kopjes.
11. Stoofstraat 9. Pakhuis, trapgevel (XVII a) met korfboog op kopjes.
12. Kaaij of Haven 18. Tuit- vroeger trapgevel (XVII A) met
breede geprofileerde lijst. Een raam met toog op kopjes. Vijf ankers. Gevelsteentjes.
13. Brugstraat 19. Trapgevel (XVII b) met toppilaster op kopje, en geprofileerde
dekstukken (gecement). Deuromlijsting Lod. XVI.
14. Oudelandsche straat 13/15. Twee zijtrapgevels (XVII b) met toppilaster en
geprofileerde dekstukken.
15. Oudelandsche straat 17. Trapgevel (XVII b) met gebogen fronton. Vijf ankers.
Toog op kopjes. Onderpui thans smidse met hoefstal (travail).
16. Hoogstraat 50. Trapgevel met toppilaster (XVII B).
17. Vischstraat 14. Eenvoudige trapgevel (XVIII A) (gecement).
C. Lodewijkgevels.
1. Brugstraat 10. Gevel met breede kroonlijst (XVIII b), deur met gesneden kalf en
zijlichten, bordes met ijzeren leuning.
2. Markt 18. In den achtergevel hardsteenen stichtingssteen (1768) met Lod. XV
lofwerk en afgekapte wapens, inwendig: stuc gang en plafonds Lod. XV.
3. Kerkstraat 12. Tuitgevel met gegolfd fronton (XVIII B). Hierin twee mooie
ankers.
4. Hoogstraat 9. Lod. XVI gevel (1790). Kroonlijst met consoles en versierde
midden-travee. Deur met bovenlicht. Jaartal op de kroonlijst. Inwendig: gesneden
gangdeuren en kamerdeuren. Plafond in stuc in de voorkamer en in de gang. Marmeren
fonteintje. Het beschilderd behang en de marmeren schoorsteenmantels zijn verkocht
in 1917.
5. Markt 7. Vrijstaande hoefstal (? 1700).
D?tails van buitenarchitectuur.
Hoeve Molenvliet buiten Tolen. Gevelsteen (XVII B).
Voormalige zoutkeet bij het Veer. Gevelsteen (1765).
Postweg, buiten de Oudelandsche poort. Voormalige meestoof. Gevelsteen (1800).
Vischmarkt. Kopje in een schuur (XVII B).
In het veerhuis (No. 17) gevelsteen: staande leeuw met schild (XVIII).
Ankers (XVI d): in den zijgevel Hoogstraat 21; (XVII a): Dalemstraat 9, Kaaij 2
en 4, Kerkstraat 4; (XVII A): Brugstraat 13, Dalemstraat 23, Kerkstraat 28,
Oudelandschestraat 8.
Kerkstraat 17. Jaartal in de ankers (1596).
Brugstraat 29 en 31. Stoepbanken (XVIII).
Dalemstraat 1. Stoeppalen (XVIII d).
Brugstraat 18, hoek Walstraat en Doelweg 9. Schamppalen (XVII B).
Stoofstraat 6. Gesmeed hekje (XVII A).
h. Particuliere verzamelingen.
Verzameling C. Hollestelle, afbeeldingen van gebouwen en fragmenten; afbeeldingen
der rouwborden en zerken uit de kerk (XVIII d).
Schakerloo.
Op het oude kerkhof vindt men twee zerken met inscripties (1616/63 en 1657/1661)
uit Reimerswaal. Een wapenbord (1549) (cat. No. 297) en diverse voorwerpen (cat.
No. 151), bevinden zich in de verzameling van het Zeeuwsch Genootschap te Middelburg.
Stad Tolen.
c. Pompen, enz.
Markt. Hardsteenen pomp (XVIII c) door N. Muts te Middelburg.
Botermarkt, tegen perceel No. 2. Hardsteenen pomp (XVIII c).
Toevoegsels: TOLEN. Blz. 234, 3e r.v.b. Bij te voegen: Deze pomp is in 1922 afgebroken.
d. Openbare gebouwen.
1. RAADHUIS (? 1460), gebouwd na den brand van 1452, gewijzigd in 1758.
Bergsteenen gevel van drie verdiepingen boven een kelder met baksteenen tongewelf.
De grondverdieping bevat eene deurnis met deur en bovenvenster tusschen twee
geprofileerde vensternissen met steenen kruisvensters en halfronde boogvelden,
waarin driepasvulling, de eerste en tweede verdieping vertoonen kruiskozijnen
gesloten door vlakke ontlastingbogen. De verdiepingen zijn gescheiden door
waterlijsten met koolbladversiering, onderbroken door de draagsteenen van de in de
dammen geplaatste beeldnissen. Deze nissen zijn voorzien van baldakijns voor de
beelden en fragmenten van pinakels en zijn op de tweede verdieping gesloten door
een halven rondboog met driepasvulling. De draagsteenen zijn versierd met
schildhoudende figuren.
De gevel is bekroond door een weergang met drie vaandragende en schildhoudende
leeuwen; in de vierde opening is later een luiklokje geplaatst. Zeskante open toren
met spitsbogen en steenen opengewerkte balustrade, waaronder draagsteentjes met
bladornament op de hoeken. Zeskante spits met windwijzer en ijzeren bekroning.
Carillon van vijftien kleine en drie groote klokken. in 1627 gegoten door Michael
Burgerhuys. Luiklokje (1458). Speeltrommel (XVI A).
V??r het raadhuis is in 1758 een hardsteenen bordes aangebracht met twee vazen,
twee ballen en vier witmarmeren wapenschildjes (door Nic. Muts te Middelburg).
Inwendig. Hal met moerbinten. Voorgedeelte met drie steenen kruisgewelven, waarin
twee rozetten eneene lelie als sluitstukken. De ribben rusten op zes draagsteenen met
bladornament en op twee kolommen met kapiteelen met bladornament en rond
basement. Vensternissen met steenen zitplaatsen en luiken met ijzeren beslag.
Verdiepingen met steenen zitplaatsen en eenvoudige sleutelstukken. Gevangenhok
op de eerste verdieping.
Achtergevel van baksteen met zandsteenen hoekblokken (bovengedeelte later
gewijzigd) met twee later ingebroken spitsboogvensters op den beganen grond en
kruiskozijn met vlakken ontlastingsboog op de eerste verdieping, waarboven een
zoldervenster.
In het stadhuis worden bewaard:
In de hal: een hekje (? 1700).
Twee lijstjes (midden-XVIII).
Een beulszwaard (XVI B) met knop, door Johannes Wundes uit Solingen.
Roede van justitie.
Bode?nsigne (midden-XVIII).
Geslepen bokaal (duitsch XVIII c).
Schilderij (1618): Salomons eerste gericht.
IJzeren kist (XVII).
Met ijzer beslagen groote kist op wielen (? 1500?).
Trommen en geweren (XIX A).
Vaandel (XVIII d).
Kaarten van de stad Tolen (1595) door F.M. en (1759) door J.A. Fransz.
Schoorsteenconsole met 2 koppen (XVI a), fragment.
Sluitsteen, kop (XVII a).
Eenige teekeningen in portefeuille (XVIII d).
Aquarel (1798): wapenschouwing der burgerwacht door Dane.
Bord met krulletters (XVII), opschrift betreffende het gymnasium.
Een schilderij (1495): Laatste oordeel, bevindt zich thans in het Rijksmuseum te
Amsterdam.
2. In het bij het raadhuis aangetrokken huis (ws. vroeger weeshuis), thans
kantongerecht, zijn balksleutels met leeuwen en roosjes (XV d).
3. Van de in 1562 gebouwde, thans verdwenen WAAG ligt een steen met Latijnsch
opschrift thans omgekeerd als afsluiting van een riool.
4. Bewaarschool, Markt (1838). Stichtingssteen.
e. Kerkelijke gebouwen.
1. De NED. HERV. KERK (O.L. Vrouwe), gesticht XIII d en tot kapittelkerk verheven
4 Oct. 1404, eerst onder het bisdom Luik, daarna onder dat van Middelburg, is eene
kruiskerk, bestaande uit een schip met zijbeuken (? 1400), transept (XV a) en koor
met noordbeuk (XV a), zuidkoor (XV b), een niet voltooiden, of (XVI d) weder
afgebroken omgang en een westtoren (? 1450, verhoogd XVI A).
Schip van vijf travee?n, van de zijbeuken gescheiden door spitsbogen op kolommen
van metselsteen met zandsteenen banden, kapiteelen met dubbelen bladrand en
achtkante basementen. Onder de hooge spitsboogvensters van het schip, met steenen
traceering (? 1450), zijn spaarnissen aangebracht met boogfries. Een lijst met
bladversiering loopt boven de scheibogen.
Het schip wordt gedekt door steenen netgewelven, rustende op kolonetten. De
zijbeuken zijn overdekt door steenen kruisgewelven, rustende op de kolommen van
het schip en op iets lagere muurkolommen.
Ingangen door den toren en in de tweede travee van het schip, aan de zuidzijde
met vlakken boog en aan de noordzijde met een portaal (XVI A), hetwelk een waterput
bevat. Dit portaal, bekleed met witte steen, heeft een spitsboogvenster aan de
noordzijde met steenen traceering en drie fraaie ankers, een eenvou
digen ingang met gedrukten boog aan de oostzijde en een versierden ingang met
geprofileerden boog met fragmenten van beeldwerk en rustende op twee draagkopjes.
Inwendig aanzetten van een kruisribgewelf, benevens twee bladkapiteeltjes.
Aan de zuidzijde der kerk is tegen den dwarsbeuk een vertrek aangebouwd (XVI
a) met verhoogden vloer (librye). Hierin zijn twee spitsboogvensters en eenig
schotwerk (XVII).
De dwarsbeuk heeft aan elke zijde een groot dubbel spitsboogvenster met
lelietraceering (? 1450), twee blinde vensters in elk der zijmuren, spaarnissen als in
het schip, doch lager dan deze, en een doorloopende lijst. De beuk is overdekt door
een steenen netgewelf (in den zuidarm vervangen door een modern stucgewelf),
rustende op muurkolommen met bladkapiteel, waarvan de kolom aan den
zuidwestmuur een sprong vertoont, welke op twee bouwperioden wijst.
Het gewelf der kruising rust op vier vierledige kolommen, waarvan de twee
oostelijke aan den voet verbreed zijn voor het plaatsen van een altaar.
Het middenkoor is breeder dan het middenschip, waardoor de scheibogen van de
kruising niet evenwijdig aan de lengteas staan.
In den ZW. hoek bevindt zich een kolonnet met draagsteen (engel met banderol)
en in den N.O. hoek een steenen poortje (1638), toegang gevende tot de
consistoriekamer (vroegersacristie).
Het koor is drie travee?n lang met 5/8 sluiting, gevormd door tusschen de
kolommen geplaatste muren, aangezien de omgang niet is voltooid.
Het hoofdkoor is aan de zuidzijde van het zijkoor gescheiden door spitsbogen op
kolommen als in het schip. In de sluiting zijn drie kolommen van natuursteen. Het
is slechts tot boven de bogen opgetrokken en overdekt door een niet op de kolommen
passend, wellicht van elders overgebracht houten tongewelf (XVI) met trekbalken.
De noordelijke zijbeuk is overdekt door kruisgewelven met culots (? 1525) en is bij
het begin van de sluiting van het koor recht afgesloten. In den sluitingsmuur een
gedichte kleine deuropening.
Het zijkoor (XV b) heeft een driezijdige sluiting, waarvan de noordzijde slechts
in aanleg en door een recht muurvlak verbonden met het koorschip. De aanzetten
van kruisgewelven bewijzen, dat oorspronkelijk ook aan deze zijde een omgang was
ontworpen.
Het hooge zijkoor heeft aan de zuidzijde drie hooge spitsboogvensters en is
overdekt door een houten tongewelf met steekkappen in de sluiting en geprofileerde
ribben.
Aan de noordzijde is eene sacristie, thans consistoriekamer, aangebouwd
(midden-XV) met kruisvensters. Een met pannendak gedekt bovenvertrek (librye)
is uit het koor toegankelijk.
Uitwendig zijn schip en dwarsbeuk met natuursteen bekleed, behalve een gedeelte
van den ondermuur van de westsluiting van den zuidbeuk en de tweede verdieping
van den aanbouw (librye), welke van baksteen zijn opgetrokken met zandsteenen
banden.
Het zuidelijke zijkoor is evenzoo van baksteen.
De hooge schipmuren worden gesteund door slanke natuursteenen luchtbogen,
rustende op de opgetrokken beeren van de zijbeuken. In deze verhoogde beeren zijn
indiepingen met driepasvulling en op de bogen overblijfsels van hogels. Sporen van
pinakels op de aanzetten. Van de transeptgevels bevat de zuidelijke een versierde
poort (midden-XV) met korfboog, waarboven een geprofileerde spitsboog; het
boogveld is in drie vakken verdeeld, waarin traceeringen en lijst met bladornament.
In de zwikken is een boogfries en op den spitsboog zijn hogels. Het geheel is besloten
tusschen twee stijlen, elk met twee beeldnissen met draagsteen en baldakijn. Aan
den west hoek is een achtkante traptoren gebouwd en aan den oost hoek een beer
met drie geledingen.
De noordelijke transeptgevel is onversierd en zonder ingang. Op de hoeken zijn
overhoeksche beeren geplaatst. Fragmenten van pinakels en top-kruisbloem.
Boven
den dwarsbeuk een dakruiter.
De niet uitgevoerde omgang in de koorsluiting vertoont de kolommen met aanzetten
voor de kruisgewelven.
De toren (? 1450) is opgetrokken van baksteen met aanleg voor bekleeding in
witte steen langs het groote westvenster, en is drie geledingen hoog met beeren op
de hoeken over de geheele hoogte, en zandsteenen hoekblokken over de eerste en
derde geleding. De eerste geleding heeft aan de westzijde een hoogen geprofileereen
spitsboog, waarin de ingang met zandsteenen korfboog en waarboven eene gedicht
spitsboogvenster. De tweede geleding heeft twee smalle blinde vensters met vlakken
spitsboog. De latere derde geleding heeft eene open balustrade aan den voet en hooge
galmgaten met vlakke spitsbogen. Lichtgleuven in de verschillende geledingen. De
top is gewijzigd en thans afgedekt door een vierkante lage spits. Kruisgewelf met
afgeschuinde ribben, steenen wenteltrap. Vernieuwde dakruiter op de kruising. De
kerk bezit:
Aanzetten van altaren tegen de oostelijke kruisingspijlers (XV a).
Preekstoel (1648) op gothischen steenen voet (van een doopvont), koperen lezenaar
(XVIII b).
Doophek (midden-XVII eenvoudig) met koperen voorlezerslezenaar op houten
voet (XVIII b).
Bank (XVII b) in de transept-afsluiting tegen een schot (1755), beschilderd met
tekst.
Grafmonumenten: a. Voetplaat van het monument van Guy, basterd van Bloys
(1421) en Clara van Botland (1435) met opschrift langs den opstaanden rand.
b. Plaat van het monument van Guy van Bloys Anthoniszoon (1527) en Dingne
van Assemansbruck (1516). Opschrift langs den opstaanden rand. Op de zerk twee
figuren, in hoog reli?f, de man
rustende op een leeuw en de vrouw op een hazewind, de man met Jerusalemsveer in
de hand, beiden onder een baldakijn met lofwerk, waarin het familiewapen. Onder
de figuren een renaissancelijstje en terzijde een rand met twee maal vier kwartieren,
bekroond door een geschonden beeldje.
c. Onversierde tombe voor J. van Vrijberghe (1678) met steenen, voorzien van
opschriften betreffende zijne en latere begravingen (1688).
Gothische zerken met evangelisten in de hoeken (afbeeldingen bij den Heer
Hollestelle en in de ?Zelandia Illustrata?) 1469 groote zerk met gegraveerd beeld met
kelk van den vierden deken Cornelis Yoms; 1483 zerk voor Heynrick Machielssone
met randschrift in cirkel, waarin een kelk. De ingelaten koperen plaat is verdwenen;
1469 zerk met gegraveerd beeld van den kanunnik Johannes Witto; 1508 zerk met
kelk en 4 evangelisten; 1531 zerk met gegraveerd beeld van Mr. Jasper Quirijnse,
geneesheer; 1533 zerk met twee vrouwenfiguren onder baldakijns en met twee
wapens, 1538 zerk met gegraveerd beeld van Ariaen Henrixsdochter van Beveren;
1542 zerk met staande mans en vrouwenfiguren van C.J. Smijtgheld en vrouw onder
baldakijn; 1551 zerk gebeeldhouwd met engel met wapen van J. Cz. Zutwint, onder
een toog op zuilen, hierboven vrouwelijk wapenschild gehouden door twee engelen
(Zutwint en M. van Stapelen); zerkje met priesterkelk (XVI A).
Zerken: XV d, 1505, 1501, 1511, 1515, 1516, 1522, 1524, 1533, 1538 (kanunnik),
1539 (vrouw), 1541 (kapelaan), 1543 (kelken), 1546, 1551, 1557, 15 (5) 3
(doornenkrans), 1560 (kanunnik), 1569 (wapen) en vier met uitgesleten of bedekt
jaartal (XVI A).
Zerk 1551 met renaissance-versiering, wapen en twee engeltjes, in de hoeken
evangelisten.
Zerk van Jhr. P. van Berchem (1606) en echtgenoote Elisabet van Resen (1600)
met twee wapens, acht kwartieren en beeldwerk.
Zerkje met huismerk (1638), zerkje met emblemen van het metselaarsgilde (1641);
Zerken met wapens (deels afgehakt): 1502, 1511, 1515, 1518, 1523, 1538, 1543,
1545, 1556, 1557, 1583, 1596, 1606, 1617, 1625, 1628, 1633 met lofwerk, geheel
gelijk aan eene zerk van 1657, 1634 (met laat-gothische roosjes), 1638, 1647, 1650,
1652 (2), 1653/1678 met opschrift in gothische letters, 1654, 1656 (2), 1657, 1659,
1660, 1663, 1669 (5), 1674, 1678, XVII c (6), 1681 en 1686.
Volgens aanteekening in de werken van het Zeeuwsch Genootschap liggen in de
kerk nog (thans bedekt) zerken van 1508 met mansbeeld, 1518 met wapen, 1528 met
kelk, 1533, 1539 met vrouwebeeld, 1540 met kelk, 1541 met kelk, 1543 met twee
kelken, 1557 met twee geweren, wereldbol en kruis en 1557 met twee vrouwebeelden
onder een baldakijn.
Beelden: fragment van Golgotha (?) in den sluitingsmuur van het bijkoor (? 1500).
Muurschildering: cartouche met spreuk (1581) op den zuidmuur van den
transeptarm (gerestaureerd 1741 en 1828) en spoor van muurschildering (?) op den
oostmuur van den zuid transeptarm en tegen de kolommen. De kronen zijn verkocht
aan de Sint Catharinakerk te Brussel.
Psalmborden (XVIII B) aan den preekstoel.
Credobord (1581, gerestaureerd 1741).
Vier gegraveerde bekers (1752). Keur: Middelburg.
Twee kannen met gegraveerd opschrift (1782). Keur: Middelburg.
Broodschotel met opgelegden rand (1781). Keur: Middelburg.
Twee groote schotels met uitgeschulpten rand (1744). Keur: Middelburg.
Twee collecteschalen met gevlochten rand (1782). Keur: Middelburg.
Doopbekken met gegraveerd opschrift (1785). Keur: Middelburg.
Drie klokken, in 1761 gegoten door Alexis en Petrus Petit.
In den dakruiter kleine klok, in 1726 gegoten door Greve. Het carillon is
overgebracht naar het Raadhuis.
2. De R.K. KERK (modern) bezit: koperen godslamp (XVII d).
In de pastorie: houten kruisbeeld (XVII A) en
Schilderij: Maria met kind en engel, richting de Wit (XVIII a).
3. Van eene KAPEL (XV b) in de Kerkstraat, oorspronkelijk drie travee?n breed, zijn
in de perceelen No. 9 en 11 nog de gothische spitsboogvensters in den gevel zichtbaar
en in den oostgevel een dichtgemetseld rond venster. In den achtergevel ziet men
een fragment van eene lisene en achter No. 11 van een rondboogfries. Op zolder is
nog de oude kap met draagsteenen behouden. De derde travee bevond zich in het
perceel Kerkstraat No. 13.
f. Gestichten.
Een poortje van het gasthuis (vroeger naast het Raadhuis) staat thans naast de Societeit
Sint Joris aan de Balans te Middelburg.
g. Particuliere gebouwen.
A. Laat-gothisch.
1. Dalemstraat 21. Tuitgevel (XVI a) met banden van bergsteen tusschen vier rijen
baksteen en onderpui van bergsteen. Waterlijst met ornament en kozijnen met flauwe
ontlastingsbogen. Steenen trap, balkneuten, een anker en een kruiskozijn. Aan de
zolderkap achter zijn nog geprofileerde ribben bewaard.
B. Renaissance.
1. Dalemstraat 20. Trapgevel (1613) met toppilaster en
waterlijst. Ontlastingsboog op draagsteentjes boven de ramen en zolderraam met
halfronden boog op draagsteentjes. Vijf ankers en steen met jaartal.
2. Brugstraat 4. Fragment (1616) met twee waterlijsten, togen alsvoren, jaartal in
de ankers.
3. Kerkstraat 19. Dubbele gevel (1619); rechts trapgevel met togen op
draagsteentjes; links eerste verdieping alsvoren, een anker en steen met jaartal op
cartouche.
4. Kerkstraat 21. Fragment (1619), eerste verdieping met togen met metselmoza?ek.
Ingemetseld steentje met jaartal en twee zeemeerminnen in een geprofileerd vierkant
nisje.
5. Markt 3. Vlakke tuitgevel (1620) met een sieranker en jaartal in de ankers
(gecement).
6. Stoofstraat 3 en 5. Dubbele trapgevel (1622) met toppilaster op draagkopje,
geprofileerde dekstukken, grondverdieping met Tudorbogen en eerste verdieping
met korfboog op draagsteenen. Zes ankers en jaartal in de ankers.
7. Vischstraat 30. Breede trapgevel (XVII a) over twee verdiepingen met toppilaster,
waarboven ijzeren topbekroning, twee geprofileerde waterlijsten, ontlastingsbogen
met metselmoza?ek op draagsteentjes op de eerste- en toog met straalsgewijs
gemetselde steentjes op de tweede verdieping. Oeil de boeuf. Tien goede ankers.
Onderpui gemoderniseerd.
8. Kerkstraat 6. Trapgevel (XVII a) met geprofileerde dekstukken, togen op
draagsteentjes en vier ankers.
9. Kerkstraat 4. Gevelfragment (XVII a) met vier ankers.
10. Kerkstraat 2. Gevelfragment (XVII a) met twee geprofileerde waterlijsten,
togen op kopjes en toog op draagsteentjes. Vier ankers. Aanbouw met togen op
kopjes.
11. Stoofstraat 9. Pakhuis, trapgevel (XVII a) met korfboog op kopjes.
12. Kaaij of Haven 18. Tuit- vroeger trapgevel (XVII A) met
breede geprofileerde lijst. Een raam met toog op kopjes. Vijf ankers. Gevelsteentjes.
13. Brugstraat 19. Trapgevel (XVII b) met toppilaster op kopje, en geprofileerde
dekstukken (gecement). Deuromlijsting Lod. XVI.
14. Oudelandsche straat 13/15. Twee zijtrapgevels (XVII b) met toppilaster en
geprofileerde dekstukken.
15. Oudelandsche straat 17. Trapgevel (XVII b) met gebogen fronton. Vijf ankers.
Toog op kopjes. Onderpui thans smidse met hoefstal (travail).
16. Hoogstraat 50. Trapgevel met toppilaster (XVII B).
17. Vischstraat 14. Eenvoudige trapgevel (XVIII A) (gecement).
C. Lodewijkgevels.
1. Brugstraat 10. Gevel met breede kroonlijst (XVIII b), deur met gesneden kalf en
zijlichten, bordes met ijzeren leuning.
2. Markt 18. In den achtergevel hardsteenen stichtingssteen (1768) met Lod. XV
lofwerk en afgekapte wapens, inwendig: stuc gang en plafonds Lod. XV.
3. Kerkstraat 12. Tuitgevel met gegolfd fronton (XVIII B). Hierin twee mooie
ankers.
4. Hoogstraat 9. Lod. XVI gevel (1790). Kroonlijst met consoles en versierde
midden-travee. Deur met bovenlicht. Jaartal op de kroonlijst. Inwendig: gesneden
gangdeuren en kamerdeuren. Plafond in stuc in de voorkamer en in de gang. Marmeren
fonteintje. Het beschilderd behang en de marmeren schoorsteenmantels zijn verkocht
in 1917.
5. Markt 7. Vrijstaande hoefstal (? 1700).
D?tails van buitenarchitectuur.
Hoeve Molenvliet buiten Tolen. Gevelsteen (XVII B).
Voormalige zoutkeet bij het Veer. Gevelsteen (1765).
Postweg, buiten de Oudelandsche poort. Voormalige meestoof. Gevelsteen (1800).
Vischmarkt. Kopje in een schuur (XVII B).
In het veerhuis (No. 17) gevelsteen: staande leeuw met schild (XVIII).
Ankers (XVI d): in den zijgevel Hoogstraat 21; (XVII a): Dalemstraat 9, Kaaij 2
en 4, Kerkstraat 4; (XVII A): Brugstraat 13, Dalemstraat 23, Kerkstraat 28,
Oudelandschestraat 8.
Kerkstraat 17. Jaartal in de ankers (1596).
Brugstraat 29 en 31. Stoepbanken (XVIII).
Dalemstraat 1. Stoeppalen (XVIII d).
Brugstraat 18, hoek Walstraat en Doelweg 9. Schamppalen (XVII B).
Stoofstraat 6. Gesmeed hekje (XVII A).
h. Particuliere verzamelingen.
Verzameling C. Hollestelle, afbeeldingen van gebouwen en fragmenten; afbeeldingen
der rouwborden en zerken uit de kerk (XVIII d).
Recente berichten