Auteur Topic: Geschiedenis Schakerloo uit div. stukken  (gelezen 2036 keer)

0 leden en 1 gast bekijken dit topic.

Offline webmaster

  • Administrator
  • Full Member
  • *****
  • Berichten: 171
  • Geslacht: Man
  • local historian
  • -Locatie: Willem van Beierenstraat
Geschiedenis Schakerloo uit div. stukken
« Gepost op: augustus 03, 2017, 09:17:56 pm »

Het dorp Schakerloo.

Teekening in O. I. inkt. breed 24. hoog 18 c. M. "Uit A. Schoenmaker .

Beschrijving van Zeeland, litt3. S. Schouwburg, bi. 127. Catalogus Lijn¬
slager. , u“. 2436. Hierop is voorgesteld een kerk en toren, bij een boeren
hofstede. De daarbij staande hooiberg, van een vorm zoo als die nooit in Zee¬
land gebezigd wordt, maar in Hollaud gebruikelijk is , maakt de echtheid der
afbeelding verdacht, zelfs al ware zij niet uit Schoenmakers verzameling afkomstig.

Schakerloo of het Oudeland was een der eilandjes, waaruit het land van
Thoien in de vroegste tijden bestond , en wraarlaugs de Struone of Striene stroomde ,
welke het, naar Ermkrins {Zeeuwsche oudheden, dl. VIII, bl. S1) oordeelt, in
trvee deelen scheidde waarvan het oostelijke, door den Quarenvliet begrensd, tot
Brabant, het westelijkste tot Zeeland gerekend werd. Over de naamsafleiding
is men het niet eens, Ermerins deukt daarbij aan een bij het water gelegen
(heilig) bosch , uit sacrnm (gewijd) en loo, het water , afkomstig. Verhei-je van
Cipiers denkt liever aan geroofde hoogte, van schaken, wegnemen of steleu,
omdat het oorspronkelijk tot Brabant behoorde, waardoor het nog lang ker¬
kelijk onder den bisschop van Luik bleef, (vgl. Nuhoff , Bijdragen , dl. IV,
bl. 210). In 1212 w'ordt Scakersloo (Stakersloo) genoemd in de overeenkomst
tusschen Hendrik I van Brabant met Godfried van Breda en Buigen op
Zoom, over de tollen op de Strien en de Schelde, (Kluit , God. dipl, dl II,
bl. 341). Acht jaren later (Februari 1220) wordt vau dit ambacht melding ge¬
maakt, toen Willem van Bolland, met zijne tweede echtgenooie .Maria,
wed. van keizer Otto IV en dochter van hertog Hendrik van Brabant, be¬
kent in leen ontvangen te hebben de helft van Scakerlo , naar Mieris vermoedt
(dl. 1 , bl. 178 en Kluit, dl. II, bl. 428) als een huwelijksgift, (zie hiervoren
dl. I, bl. 466). In Maart 1229 kocht graaf Florïs , toen bij Poortvliet zijnde ,
van Willem en Hendrikszonen van Goten , die omstreeks Poortvliet woon¬
den , land in Scakerslo , in welken brief ook melding wordt gemaakt van Hugo
en Willem Witten-z., (Mieris, dl. 1, hl. 204 en hiervoren bl. 473). Van
den 2 Mei 1231 dagteekeut het charter, waarbij de graaf van de kerk te Rode
in erfpacht neemt ailes wat deze in Scakerslo bezit, (Mieris, dl. I , bl. 208),
Daarbij wras o. a. Willem van Stkijen getuige , en het stuk werd bezegeld met
het Sigillum Beatae Oude Virgiuis. Rode, waarbij ik herinner aan hetgene hier
voren over het ontstaan van Poortvliet is gezegd en aan de afleiding in van
den Beugh , M. N. Geogr. dat de ïiaarn op een nitgerooid bosch wijst, duidt
hier, volgens Dressf,lhitis (Nehalemiu 1850) op de kapittelkerk van St. Oede-
rode (Ecclesia B. Odae de Rode) en de graaf verbond zich nurnine sigilli B.
Odae Virgiuis.”

Het geslacht Buffel , waarvan hiervoren (dl. I, bl. 466) reeds gesproken is,
kreeg in deze streken uitgestrekte bezittingen. Waarschijnlijk behoorde deze
edelen onder de gunstelingen vau Fi.oris IV en Willem II. In 1233 is B. (H)
Buffel met den graaf te Waddingsveen ; 1240 wordt Hendrik Buffel, met
den Agger beleend. Tien jaren daarna , toen hij kouing Willem naar Zierikzee
vergezelde, ontving hij Scakersloo , en de graaf beveelt in het volgende jaar aan
zijn broeder Florïs om dien edelman in de hem geschonken voorrechten te
handhaven, (Meerman, Leven van Willem TI, dl. I, bi. 133). In 1283 ver¬
gunde Flouis V voorrechten aan de abdij van Ter Does ook voor gronden in
Seoudemoer (moeren van Schouwen) die deze instelling gekocht of gekregen had
van den ridder Henric Buffel , van zekeren Bakoluus e. a., (Chronigue de
l'abbaye de Ter Hoest, bl. 69 in de werken der Sociélé d’émulation de Bruges
1845). In 1290 krijgt zijn gelijknamige zoon of kleinzoon , de knape Henric
Buffel , Vriezendijk, in hetzelfde jaar vrijdom van den hertog van Brabant voor
de lieden in Scakersloo , en in November 1291 (zie hiervoren dl. I, bl. 466) van
den hertog van Brabant voor de lieden wonende in zijn dorp Tholne of Hardestoc ,
liggende in Scakersloo, vrijdom van de tollen op Honte en Schelde door de tol¬
lenaars van Papenisse en Burgvliet gevorderd, (Minjus, dl. I, bl. 541; van
den Bersh , Oorkondenboek, dl. II, n°. 703). In 1297 is Hendrik Buffel in
Eugelaud, wiens koning het verschil tusschen Holland en Brabant beslechten
zou, (Mieris, dl. I, bl. 576). Later schijnt hij de zijde van den Holland-
schen graaf te hebben verlaten, daar zekere ridder Heneuc Buffel , in den
slag op de Gouwe (1303) gevangen genomen, als opstandeling onthoofd werd,
(Wagenaae, dl. III, bl. 177). Diens goederen schijnen dan ook verbeurdver¬
klaard te zijn, want Jan van Henegouwen , heer van Beaumunt , broeder van
graaf Willem III, vestigde a°. 1326 den lijftocht zijner echtgenoote M au ba¬
ret a , dochter van den graaf van Soisso.ns, op het goed en den tholne (Tholen)
dat ’s heeren Henric Buffels was, (Mieris, dl. II, bl. 401;. Uit de rent¬
meesters rekening van 1347 blijkt dat Allise , dochter van Henric Buffel,
getrouwd was met GosEwux van der Oije (hiervoren dl. I, bl. 467). Vijf
jarén later komt een Henric Buffel voor onder de iudijkers van Duiveland.
Vermoedelijk is echter het aanzien der familie, gelijk dat van zoo menig ge¬
slacht, door de Vlaamsche oorlogen gedaald. Wellicht staat die achteruitgang
ook in verband met de opheffing der orde van de tempeliers, welke gissing ge¬
grond is op de omstandigheid dat het wapen van Schakerloo ook het wapen zon
zijn van het geslacht Buffel, zijnde het zoogenoemde tempeliers- of patriar¬
chale kruis o. a. ook gevoerd door Hongarije en St. Otner. Deze goederen in
Tholen liet Jan van Henegouwen na aan zijne erfdochter Janne , gehuwd met
Louis de Chatillon graaf van Blois , ten wier behoeve hij in 1346 van gravin
MaelgahETA de erfopvolging in zijne leenen verkregen had, (Mieris, dl. II,
bl. 709). Kort daarop overleed hij, waarop zijne weduwe hertrouwde met Wil¬
lem van Namen. De tweede zoon uit haar eerste huwelijk Jan van Blois,
getrouwd met Isabeaü, de dochter van hertog Reinoud van Gelder, werd
omstreeks 1366 heer van Tholen. Deze edelman heeft zijne bezittingen aldaar
door inpolderingen merkelijk uitgebreid. In Februari 1373 gaf hij het laudeken
gelegen aan Verbelienpolder ter bedijking uit, (4e Copulaatboek, f°. 454).
Verbelien is eene meermalen voorkomende verkorting van vrouw -Mabi-.lia , (vgL
o. a. Mieris , dl. III, bl. 455), wellicht hier van Mabklia van Wesejiale ,
getrouwd met Gekard van Strijen , heer vau Sevenbergen , wiens zuster ge¬
trouwd was met Nicolaas van Bokssele (overl. 1366). Op denzelfden dag van

1373 werd ook het landeken van Denvloo ter bedijking uitgegeven , (Inventaris
prov. archief, dl. II, bl. 128; Minus, dl III, bl. 272. 277). Bij zijn
overlijden in Mei 1380 (Ekmerins zegt 1383) liet Jan van Blow geene wettige
kinderen na. Zijn broeder Gui van Chatillon volgde hem als heer van Tholen
en Schakerloo op, en toen deze in 1397 mede kinderloos stierf, vervielen zijne
leenen aan de grafelijkheid, waardoor Tholen eene vrije stad werd. Jan van
Blois had echter uit Sofia van Dalem (waarschijnlijk door van Dongen uit
Arkel afkomstig) twee bastaardzonen nagelaten en rijk begiftigd. De oudste
Jan kreeg de heerlijkheid Treslong in Henegouwen , en de jongste Gur, gehuwd
met Ci,ara van Botland . vele grondbezittingen en tienden in Zeeland. De ver¬
konding der stroomen duurde steeds voort. De Vijftienhonderd gemeten polder was
waarschijnlijk reeds aangewonnen en de Dalem pol der had de ridder naar zijne
bijzit genoemd. Daarop volgden het Nieuw land of de St. Joospolder , (Erme-
kins , dl. VIII, bl. 41) de Puit en de Peukepolder. In de laatste jaren
der veertiende of het begin der vijftiende eeuw werden hierbij nog aange¬
dijkt het Rooland en den Broeck , waarvan de laatste in 1415, bij den ver¬
koop der tienden door hertog Willem aan Jan van Blois van Treslong ,
nog het Nieuwland wordt genoemd, (4e Copulaatboelc , f°. 556). Zuidelijk,
aan den Qu aren vliet en de Eendracht, wies het land mede belangrijk aan. In.
1403 werd aan Bette Claesz. en Hugen Lauwenzoon vergunning verleend
tot het indijken van een nitgors en slik dat geheeteu is Onderslijck , liggende
aan de zuidzijde van den polder van Deurloo , waaruit de Razernijpolder ontstaan
is, (4e Copulaatboe/c, f°, 559). In 1438 gaf hertog Eilips aan zijn secretaris
Ci,aas de Vkiese octrooi tot indijking van een klein gorseke , groot 20 ge¬
meten , tusschen Tholen en den MoSselhoek, waardoor de polder Alteklein ont¬
stond, in 1720 ingeloopen , sedert niet meer herdijkt. Reigersberg verhaalt,
dat omstreeks dezen tijd door sommige heeren en kooplieden uit Brabant aan
’t oude dorp van Tholen sommige aanwassen werden bepolderd , (Boxhorn ,
dl. II, bl. 201). In Mei 1439 kreeg dezelfde Claas de Vriese in erfpacht
het gors van Verbeliepolder met den middelaijk van Verbeliepolder tot den zee¬
dijk toe, (4e Copulaatboeh, -f°. 554).

Aan den westkant, tegen Schakerloo en Poortvliet, lag Strijen , gelijk hiev-
voren gezegd is, reeds in Jauuavi 1310 door heer Boudewijn van Iekseke en
Willem Arnouds ter bedijking uitgegeven, (Mieris , dl. II, bl. 9). Zooals
bekend is, heeft Jacoba van Beweren bij haar afstand, in April 1433, het
eiland Tholen aan zich gehouden, (Mieris, dl. IV, bl. 1012), waarmede zij
als Zeeuwsch leen Frank van Borssele beleende , (hiervoren dl. I, bl. 467).
ErMerins meent dat de vrijheid der vlastienden in dezen omtrek met haar ver-'
blijf in verband staat, daar zij die vrijheid ook in Zuid-Beveland verleend had.

Niet weinig had men in dezen ointvek met watervloeden te leampen , die nog
erger werden na den ondergang van het oostelijk deel van Zuid-Beveland. In
September 1671 vloeide het rechtsgebied van Tholen geheel in , waarom in 1676
hij Schakerloo een inlaagdijk moest worden gelegd, (Staten notulen 1675 , bl.

'238 eu 287), Nauwelijks was de schade hersteld, ol' de bekende vloed vau 26
Januari 1682 bracht nog gvooter rampen teweeg, (Staten notulen. 1688, bl.
47). Herhaalde malen werd daarom aaugedrongeu op verecnigiug van krachten ,
en reeds in 1559 was te Brussel bepaald, dat de polders Vijftienhonderd geme¬
ten, Dalem, Nieuwlaud, .Peitke , Roolaud en Broek één dijkage zouden uitmaken.
Het kwam hier ook toe, doch in 1619 ontstond er oneeuigheid, die vele jaren
voortduurde, tot groote schade van het dijkwezen. Daarna werd Schakerloo met
de genoemde polders, behalve Broek en Roolaud, onder één bestuur vereenigd.
De tegenwoordige samenstelling vindt men in Bijlaffe behooren.de bij den Atlas
van Zeeland 1^76, Iu oorlogstijd had men in deze buurt doorgaans veel van
den vijand te lijden, gelijk bij Vossemeer gezegd is. Herhaaldelijk beproefden
de Spanjaarden, o. a. in 1583 en 1589, hier het land in te dringen , terwijl de
aanslagen soms tijdig genoeg ontdekt werden, zooals in 1593, 1594, 1629 en
1631, om voorkomen te worden, (Stalen notulen der genoeni.de jaren eii Cata¬
logus tentoonstelling te Middelburg in 1870 , bl. 39).

Reeds iu den aauvaug der zestiende eeuw werd Tholeu in staat van verde¬
diging gebracht. Op de kaart vau Ottbns zijn verschillende versterkingen
aangewezen. Bij Schakerloo aan het veer vau Venusdam is achter den Scheltte-
dijk een fort te zien, en niet ver vandaar in de richting van Reimerswaal eene
redoute. Van hier zal vermoedelijk op den 29 Januari 1574 de landvoogd Don
Louis de Rkquesbns, aan het hoofd van zijn hofstoet, de nederlaag aanschouwd
hebben der Spaansche oorlogsvloot die, onder Juuaax de Ro.ukko , het bele¬
gerde-Middelburg moest gaan ontzetten. Tusschen deze twee verschansingen had
op 12 Januari 1613 eene belangrijke dijkbreuk plaats, (Ekmerins , dl. VIII.
bl. 56).

In vroeger tijden stond in den polder Schakerloo een vrij aanzienlijk dorp.
De kerk behoorde onder het bisdom van Luiken werd in 1277 (volgens eene aan-
teelcening van mr. S. de Wind, uit Dodt van Flensburg., Lib. pil., bl. 5)
door Henhicus , dictus Buffel, gegeven aan Egidius , kanunnik van St. Maria..
Zij werd door een pastoor en twee kapellanen bediend, doch waarschijnlijk,
iu het begin der veertiende eeuw, met de kerk van Tholen vereenigd, waar
Jan van Blois een kapittel opgericht had. Het gebouw werd in den Spaan-
schen oorlog verbrand , doch de toren bleef nog vele jaren in stand, (Sjialle-
ganqe, bl. 550). Eene poging om hier later weder eene hervormde gemeente
te stichten slaagde niet. Volgens eene overlevering, heeft bij dit dorp voorheen
een kasteel gestaan, waarvan echter geene sporen te vinden zijn. Even onzeker
zijn de berichten aangaande zekere parochie Westdorp, die, naar Smallegange
verhaalt, gelegen heeft, waar in zijn tijd, de hofstede van den Thoolschen bur¬
gemeester Joi-iannes Wouteus stond.

Ekmrrins maakt gewag van eene merkwaardige kavelkaart van het rechtsgebied
van Tholen, met bijzondere zorg door een onbekenden samengesteld en in 1754
gecopieevd door den heer van der Schoor , raad en oud-buvgemeester van
Tholen. In het provinciaal archief bevinden zich, behalve de kaarten van J.

Bolt. aart 1658 en Hattinga van 1743 en 1744, verschillende plannen der
fortifieatiëu aldaar, en ook eeuige kaarten van tiendeblokken enz., (van Vis¬
vliet, Inventaris, dl. I, n°. 13, 14, 26, 815—322, 421). Vgl. verder
Ekmekins, Zeeuwsche oudheden, dl. VIII en J. Geluk Az., Eenige' bijzonder¬
heden van het voorin, dorp Schakerloo, Tliolen 1848.